vrijdag 27 juni 2008

In de operatiekamer


Donderdag, begin van de middag, vervoeg ik mij op de afdeling kaakchirurgie van het UMCG om de verstandskies uit mijn linker onderkaak te laten verwijderen. De dienstdoende arts - Van der Werff - herkent mij aan mijn stem; en terwijl de verdoving langzaam mijn wang, tong en lippen lijkt op te blazen lopen we geanimeerd babbelend de operatiekamer in, waar een tweetal operatieassistentes ons opwacht en weten wil hoe Van der Werff en ik elkaar kennen. Na de uitleg - telefonist en dienstdoend arts hebben vooral tijdens de nachtdienst regelmatig contact - zegt één van de assistentes dat het haar een leuk aspect lijkt van het telefonist zijn: je hoort veel mensen en maakt je daarvan natuurlijk ook een voorstelling. Terwijl ze dit zegt drapeert ze - 'tegen de felle lampen' - een groen laken over mij heen, dat alleen mijn mond vrijlaat; en ik moet denken aan het verhaal dat orthodoxe gelovigen, bang voor de zonde, zich van een dergelijk laken-met-gat bedienen tijdens de cohabitatie-ter-procreatie. Een opmerking hierover houd ik binnen, lijkt me toch wat ongepast tegenover drie mij onbekende vrouwen. Wel merk ik op dat je je vaak een totaal verkeerde voorstelling maakt op basis van de stem. 'Zo hoor ik vaak dat ik een mooie stem heb,' zeg ik, 'maar als je dan mijn kop ziet valt het toch wat tegen.' Waarop één der operatieassistentes opmerkt: 'Daarom leggen we er nu ook een doekje overheen.'

1 opmerking:

coen zei

Als je de laatste regels wat ongelukkig onder elkaar zet, heb je weer een nieuw gedicht voor de komende Dichtclub.