woensdag 25 november 2009

Literaire Trotski Quiz (38)


Een lang citaat, dus een kort woord vooraf. De oplossing van de vorige quiz, die slechts één deelnemer (v) die het citaat niet kende (ik weet het, zin klopt niet, maar hij is wel mooi met die foute contaminatie), luidt voluit: Ethel Portnoy – ‘Alexandra Kollontaj, de feministe die door Stalin werd gespaard’. In: Opstandige vrouwen. Verhalende essays (Meulenhoff, Amsterdam 1992[3] [eerste druk: 1989]), pp. 53-54.
Deze quiz:
1. welke Nederlandstalige literator schreef onderstaande passage; en
2. aan welke roman werden deze alinea’s ontleend?

Ik vatte de omstandigheden samen die tot de opstand aanleiding hadden gegeven, om hem op dreef te brengen. In het begin van het jaar 1921 was de toestand in het rusland van na de revolutie hopeloos slecht. Er was een ontstellend gebrek aan brandstof, aan de meest elementaire voeding, aan kleding en schoeisel. De boeren werden door legergroepen verplicht alles was ze nog aan graan en aardappelen hadden af te staan voor de bevolking in de steden en voor het leger. Vaak werd onder bedreiging van geweren het vee dat ze nog bezaten en de hoeveelheid zaad, onmisbaar voor de lente, afgenomen. Opgeëist. De industrie was praktisch vernield of functioneerde niet meer. Eind 1920 was de produktie teruggevallen tot eenvijfde van wat ze was in 1913. In november 1920 overwoog Lenin de opeisingen van voedsel op het platteland af te schaffen, en in de plaats daarvan een soort belasting in te voeren, zoals de boeren zelf hadden voorgesteld. Maar de gecompliceerde toestand waarin de republiek verkeerde, zowel internationaal als intern, dwong hem de oorlogseconomie, het oorlogscommunisme te handhaven. Er was nog steeds geen vredesverdrag met aartsvijand polen, en het naar turkije uitgeweken leger van generaal Wrangel, dat door de Franse regering bevoorraad en gesteund werd, wachtte nog steeds op een kans om terug te keren.
De totaal ontredderde spoorwegen maakten ravitaillering van de steden bijna onmogelijk, en de bevolking in de grote steden moest leven van hongerrantsoenen. De arbeiders van de zwaarste beroepen kregen dagelijks van 500-700 calorieën, de anderen 400 calorieën en minder. De prijs van het brood was gestegen tot het tienvoudige. De zwarte markt tierde welig. Smokkelaars werden opgevangen door wegpatrouilles van het leger, en overal waren wegversperringen op de wegen naar de steden. Er heerste een bittere ontevredenheid bij de bevolking die scherp tot uiting kwam op arbeidersvergaderingen in de fabrieken en werkplaatsen. De sprekers beschuldigden de partij-officiëlen van corruptie, egoïsme en kortzichtigheid. Men viel de militarisatie van de industrie, waartoe het partijbestuur was overgegaan, aan. De haat tegen de joden en de intellectuelen groeide.
Trotzky, de rol van Trotzky, hij was het die met zijn theorie van een hard beleid, het militair concept, en de onderwerping van de vakbonden, veel weerstand heeft opgeroepen. De oude man onderbrak met deze woorden.
En ook hij is het die de grootste onverbiddelijkheid aan de dag heeft gelegd tegenover de opstandelingen van Kronstadt! voegde hij eraan toe, de wijsvinger schuddend als een waarschuwing. Of een veroordeling.

3 opmerkingen:

peter zei

Zoals gezegd, ik denk Anton Pannekoek, maar in welk geschrift; geen idee.

Kortsluiting zei

Nee, nee. Geen Pannekoek. De schrijver is veel jonger. En Vlaming. Tot zover de tips.

Anoniem zei

Anja Deschoemacker