zaterdag 17 januari 2009

Er is nummer één jarig, hoera, hoera!

(Dit blogje is opgedragen aan Stefan Nieuwenhuis, in de hoop dat hij gaat inzien dat Ali wel degelijk “the greatest” is.)

Zevenenzestig wordt hij vandaag, de beste bokser ooit. Wie hem nooit bezig heeft gezien in de ring, wie hem slechts kent als de huidige aan parkinson lijdende vleesgeworden traagheid zelve, kan het zich waarschijnlijk niet voorstellen. Maar de als Cassius Clay geboren, zich later noemende Muhammad Ali, is de man die het dansen, de lichtvoetigheid, introduceerde in de boksring; die een einde maakte aan het statische toe-to-toe gevecht.
(Of Ali’s huidige neurologische aandoening het gevolg is van zijn jarenlange carrière als profbokser, daarover zijn de geleerden het niet eens. Maar ik haal in dit verband graag de woorden aan die Armando sprak, toen hem gevraagd werd waarom hij gestopt was met boksen: ‘Het kan nooit gezond zijn, al die klappen op je pan.’)
Door zijn beweeglijkheid is Muhammad Ali ook degene die als geen ander liet zien dat het ontwijken van slagen welhaast belangrijker is dan het uitdelen ervan; dat boksen inderdaad the noble art of self-defence is, en niet een tijdverdrijf voor primitieve agressievelingen (laag voorhoofd, platte kop).
Op verzoek van de Verloofde van Kortsluiting-Groningen, die niets van vechtsport hebben moet (de Verloofde bedoel ik), volgt hier een staaltje van Ali’s ontwijkkunst – een dans die zelfs de Verloofde met stomheid sloeg. (Om de een of andere reden lukt het insluiten niet, dus dan maar zo.)

Het was, als ik mij goed herinner, op onze eerste avond samen, dat ik de toen nog niet maar inmiddels al jaren Verloofde vertelde dat boksen ook poëzie kan zijn, en dat ik ter illustratie, enigszins beschonken, op straat imiteerde hoe Ali de finale klap inhield bij het neerslaan van George Foreman, hoe hij meedanste, de vuist in de aanslag, met de neertollende George – aldus de knock out, de superieure knock out verheffend tot poëzie. Ziehier het origineel.
(“Insluiten op verzoek uitgeschakeld” – dus een link.)

En de herhaling in slow motion: kijk.

Zelf heeft Kortsluiting-Groningen nog op het netvlies staan de partij, in Ierland, tegen Alvin Lewis, een vrij onbekende Amerikaanse bokser. (Wellicht was dit, we schrijven 1972, de eerste partij van Ali die ik live op tv zag, dat ik hem me daarom zo levendig herinner; en anders is het gewoon een goede bokswedstrijd die ik enkele jaren later gezien heb, en die mij bijbleef vanwege de kwaliteit.) Een wedstrijd die niet eindigde met een spectaculaire knock out, doch in Ali’s voordeel beslist werd op TKO in de elfde ronde. Maar wat een gracieuze en tegelijkertijd hard knokkende bokspartij van de grootste ooit (en petje af ook voor zijn opponent). Helaas staat niet de hele partij op you tube, dus moeten we het doen met ronde 9.

5 opmerkingen:

De Verloofde zei

De verloofde was niet alleen met stomheid geslagen omdat iemand door te dansen in staat is alle klappen van een wereldkampioen te ontwijken, maar ook en vooral omdat zij hier, op de plaats waar zij dat wel het minst verwachtte, de wereldberoemde shuffles van James Brown uitgevoerd zag worden en zich vervolgens afvroeg wie nu wie geïnspireerd had.

Stefan zei

Ja ja ja, inderdaad, Karel, je hebt gelijk: Mohammed Ali is the greatest dancer of all time.

Tegenover een twintigjarige Mike Tyson had de Barry Stevens van de bokssport niet eens aan zijn gevreesde dodging-dansant kunnen beginnen.

Maar ja, kun je appels met peren vergelijken? Ard Schenk was de beste, maar wordt nu door de hele kernploeg onder de 16 uit het zicht geschaatst. Zo gaat dat. Ook met Ali.

Kortsluiting zei

Denk jij echt dan Tyson harder sloeg dan Foreman?

Henk Landkroon zei

Goh, voor die man kwam ik (heel) vroeger rond een uur of 4 in de nacht mijn bedje uit, om hem in zwart/wit weer om iemand anders heen te zien draaien en hem daarna in elkaar te meppen. Mooie tijden, want ''je had nog niks''

De Verloofde zei

Misschien had de 20-jarige Mike Tyson inderdaad wel gewonnen van de 44-jarige Clay. Knap hoor.
Maar het blijft een onbehouwen dommekracht. Met mijn voorspellende gaven zeg ik dat over 10 jaar vrijwel niemand Tyson meer noemt, want een Ard Schenk wordt hij nooit. Hij heeft niets veranderd.