maandag 30 augustus 2010
Lezen en Luieren in de weiden van Friesland
Dichter Karel en De Verloofde zullen Groningen waarschijnlijk geen seconde missen, mede omdat de geliefde poezen Setske en Cissy meegaan. Dat De Verloofde en Dichter Karel Stad niet zullen missen komt voor vele lezers wellicht als een verrassing: het onechtpaar geeft immers altijd zo hoog op over hun woonplaats en de bevolking daarvan. Dat klopt, maar het is natuurlijk nooit slecht om even bij de buren te kijken om je ervan te vergewissen dat het gras daar niet groener is; zelfs al schijnt de zon daar altijd volop.
De door De Verloofde en Dichter Karel jaarlijks gefrekwenteerde buurtschap heeft geen snackbar en ligt niet op een eiland, waardoor de kans nihil is - tot groot genoegen van De Verloofde en tot verdriet van Dichter Karel - dat ze een ontmoeting zullen hebben met Zanger Bob, die na eerder een hit gescoord te hebben met het prachtlied Vleeskroket (op dit moment op youtube 271.687 keer bekeken en beluisterd, u leest het goed: 271.687 maal) nu de hitlijsten bestormt met de song Met jou op een eiland. Hier de clip, bij wijze van zonnige vakantiegroet en ansicht - tot dra.
zaterdag 21 augustus 2010
Picknick en Poetry in de duinen van Castricum
HET GAAT DOOR!
De Zaanse dichterskring presenteert
PICKNICK & POETRY 2010
Zaterdag 21 augustus 2010, 16:00 tot ca. 19:00 uur.
Op een nieuwe locatie in de duinen van Castricum.
Met medewerking van o.a. de dichters:
Daniël Dee, Pom Wolf, John Epke, Rob Vos, Annemarie Kuster, Agaath Bekker en Kees-Jan Sierhuis
De muziek wordt verzorgd door:
HOORUS
Het is de bedoeling dat iedereen zijn of haar eigen picknickmand met inhoud meeneemt. Voor toegang tot het duingebied is een geldige duinkaart nodig (1,50 per persoon, verkrijgbaar uit de automaat op de parkeerplaats bij Johanna’shof; Johannisweg 3 Bakkum)!
Locatie: De picknick vind plaats op een groot speelveld aan de ‘van Oldebarneveldweg’ Volg de zeeweg vanuit Castricum richting Castricum aan Zee, De van Oldebarneveldweg is een fietspad dat de Zeeweg kruist. Neem dit fietspad links, na 800 meter ligt het speelveld links.
In Memoriam Trotski (1879-1940)
.jpg)
Dus laten we de lezer zelf oordelen, door hieronder een uit 1923 stammende, nog niet eerder in het Nederlands verschenen verhandeling van Trotski over economie te publiceren. (Nee, geen zorgen: we maken hier op Kortsluiting geen gewoonte van – beloofd.)
DE CURVE VAN DE KAPITALISTISCHE ONTWIKKELING
een brief aan de redactie in plaats van het beloofde artikel
[21 april 1923]
Engels schreef in zijn inleiding bij De Klassenstrijd in Frankrijk van Marx:
Wanneer men de gebeurtenissen van alle dag afzonderlijk en in hun opeenvolging beoordeelt, zal men nooit terug kunnen gaan tot de uiteindelijke economische oorzaken. Zelfs vandaag de dag nog, in weerwil van het feit dat de desbetreffende vakliteratuur zo’n rijkdom aan materiaal levert, zal het zelfs in Engeland onmogelijk blijven de ontwikkeling van de industrie en van de handel op de wereldmarkt en de veranderingen die in de productiemethoden plaatsgrijpen zodanig van dag tot dag na te gaan, dat men voor ieder willekeurig tijdstip de algemene balans kan opmaken uit deze veelvuldig met elkaar verweven en steeds wisselende factoren, waarvan bovendien de belangrijkste meestal gedurende lange tijd in het verborgene werkzaam zijn voordat ze zich plotseling met geweld aan de oppervlakte doen gelden. Een duidelijk overzicht over de economische geschiedenis van een gegeven periode kan nooit in die tijd zelf, maar slechts achteraf verkregen worden, nadat het materiaal verzameld en geschift is. De statistiek is hierbij een noodzakelijk hulpmiddel, dat altijd achter de feiten aanholt. Men zal daarom voor de eigentijdse geschiedschrijving maar al te vaak gedwongen zijn deze, de belangrijkste factor, als een constante grootheid en de bij de aanvang van het desbetreffende tijdvak aangetroffen economische situatie als voor de hele periode gegeven en onveranderlijk te behandelen ofwel slechts die veranderingen in de situatie in aanmerking te nemen, die een gevolg zijn van duidelijk waarneembare gebeurtenissen en die daarom eveneens duidelijk zichtbaar zijn. Daarom zal de materialistische methode zich er hier maar al te vaak toe moeten beperken politieke conflicten te herleiden tot de belangenstrijd tussen de door de ontwikkeling van de economie gegeven, bestaande maatschappelijke klassen en fracties van klassen, en de afzonderlijke politieke partijen te laten zien als de al dan niet adequate politieke uitdrukking van deze zelfde klassen en klassenfracties.
Het spreekt vanzelf dat deze onvermijdelijke veronachtzaming van de eigentijdse in de economische situatie optredende veranderingen, die de eigenlijke basis vormen van alle te onderzoeken gebeurtenissen, een bron van fouten moet zijn.”* [Onze cursivering - L.T.]
[* In: Karl Marx, De Klassenstrijd in Frankrijk. 1848 tot 1850 (Uitgeverij Pegasus, Amsterdam 1974, pp. 7-8).]
Deze ideeën, die Engels kort voor zijn dood onder woorden bracht, zijn door niemand verder uitgewerkt. Voor zover ik weet zijn deze regels zelfs weinig geciteerd – in ieder geval veel minder dan eigenlijk zou moeten. Sterker nog, hun betekenis lijkt aan vele marxisten voorbijgegaan te zijn. De verklaring hiervoor is ook weer in de door Engels aangevoerde redenen te vinden, op grond waarvan hij strijdt tegen elke soort van sluitende economische verklaring van eigentijdse gebeurtenissen.
Het is een zeer moeilijke opgave, onmogelijk in zijn geheel op te lossen, om de ondergrondse impulsen vast te stellen, die de economie op de politiek van vandaag overdraagt. En toch kan het verklaren van politieke fenomenen niet uitgesteld worden, omdat de strijd niet wachten kan. Daaruit volgt de noodzaak om in de dagelijkse politieke activiteit de toevlucht te nemen tot verklaringen die zo algemeen zijn, dat ze bij veelvuldig gebruik tot waarheden als koeien worden.
Maar wanneer in deze situatie een belangrijke verandering plaatsvindt, en zeker bij een scherpe wending, onthullen deze algemene verklaringen hun volstrekte ontoereikendheid en worden ze tot nietszeggende gemeenplaatsen. In deze gevallen is het elke keer weer noodzakelijk om analytisch veel dieper te boren, teneinde het kwalitatieve aspect te bepalen en indien mogelijk bovendien de impulsen van de economie op de politiek kwantitatief te meten. Deze “impulsen” representeren de dialectische vorm van de “opgaven” die hun oorsprong vinden in de dynamiek van de basis en die zich aandienen als problemen die opgelost moeten worden op het niveau van de bovenbouw.
Golvingen in de economische conjunctuur (boom-depressie-crisis) betekenen op zich al periodieke impulsen, die leiden tot nu eens kwantitatieve, dan weer kwalitatieve veranderingen, en die nieuwe formaties op het gebied van de politiek voortbrengen. De inkomsten van bezittende klassen, het staatsbudget, lonen, werkloosheid, buitenlandse handelsbalans etc. zijn nauw met de economische conjunctuur verbonden en oefenen op hun beurt grote directe invloed uit op de politiek. Dit alleen al volstaat om duidelijk te maken, hoe belangrijk en vruchtbaar het is om de geschiedenis van politieke partijen, staatsinstellingen, enz. in samenhang met de cycli van de kapitalistische ontwikkeling nauwgezet te bestuderen. Hiermee willen we absoluut niet zeggen dat deze cycli alles verklaren: dat is uitgesloten, al was het alleen maar omdat de cycli zelf geen fundamentele maar afgeleide economische fenomenen zijn. Ze ontvouwen zich op de basis van de ontwikkeling van de productiekrachten, via de marktverhoudingen. Maar cycli verklaren een heleboel, omdat zij door hun automatisch pulseren een essentiële dialectische springveer in het mechaniek van de kapitalistische maatschappij vormen. De breekpunten van de industriële conjunctuur brengen ons dichterbij de bepalende momenten van de ontwikkeling van politieke tendensen, wetgeving en elke vorm van ideologie.
Maar kapitalisme wordt niet alleen door de periodieke wederkeer van de cycli gekarakteriseerd – was dat het geval, dan zou er sprake zijn van een complexe herhaling, maar niet van dynamische ontwikkeling. Industriële cycli hebben in verschillende periodes een verschillend karakter. Het hoofdonderscheid tussen hen wordt bepaald door de kwantitatieve onderlinge verhoudingen tussen de crisis- en de boomperiode binnen elke gegeven cyclus. Wanneer de boom de vernietiging of beperking van de voorafgaande crisis met een overschot herstelt, dan beweegt de kapitalistische ontwikkeling zich omhoog. Wanneer de crisis – die vernietiging, of in ieder geval een inkrimping van de productiekrachten betekent – in hevigheid de bijbehorende boom overtreft, dan hebben we als resultaat een neergang van de economie. Tenslotte hebben we, wanneer de crisis en de boom elkaar in kracht benaderen, een tijdelijk en stagnerend evenwicht in de economie. Dat is in grote lijnen het schema.
Wij zien in de geschiedenis, dat gelijksoortige cycli in series gegroepeerd zijn. Er zijn hele periodes in de kapitalistische ontwikkeling, waarin een aantal cycli wordt gekarakteriseerd door zeer sterke booms en zwakke kortdurende crises. Het resultaat is een sterk opgaande beweging van de basiscurve van de kapitalistische ontwikkeling. Er zijn periodes van stagnatie, wanneer deze curve, terwijl ze cyclische schommelingen doormaakt, gedurende tientallen jaren op ongeveer dezelfde hoogte blijft. En tenslotte zijn er bepaalde historische periodes waarin de basiscurve, onderwijl als altijd cyclische schommelingen doormakend, in zijn geheel naar beneden duikt, de neergang van de productiekrachten uitdrukkend.
Het is al mogelijk om a priori te stellen dat periodes van energieke kapitalistische ontwikkeling kenmerken moeten hebben – op het gebied van de politiek, het recht, de filosofie, de poëzie – die sterk verschillen van die in de periodes van stagnatie of economische neergang. Sterker nog, een overgang van een tijdperk van de ene soort naar een andere moet natuurlijk de grootste schokken veroorzaken in de verhoudingen tussen klassen en tussen staten. Tijdens het Derde Wereldcongres van de Komintern moesten we dit punt benadrukken – in de strijd tegen de zuiver mechanistische opvatting van het voortschrijdende kapitalistische verval. Als periodieke afwisselingen van “normale” booms door “normale” crises hun weerslag hebben op alle gebieden van het sociale leven, dan veroorzaakt een overgang van een hele boom-periode naar een periode van neergang, of omgekeerd, enorme historische verstoringen; en het is niet moeilijk om aan te tonen dat in veel gevallen revoluties en oorlogen plaatshebben op de grens tussen twee verschillende periodes van economische ontwikkeling, d.w.z. op de las van twee verschillende segmenten van de kapitalistische curve. De gehele moderne geschiedenis vanuit dit standpunt te analyseren is waarlijk één van de meest bevredigende opgaven van het dialectisch materialisme.
De periodieke herhaling van kleine cycli wordt bepaald door de interne dynamiek van de kapitalistische krachten, en komt altijd en overal tot uiting wanneer de markt eenmaal ontstaan is. Wat betreft de grote segmenten van de kapitalistische curve van ontwikkeling (vijftig jaar) – professor Kondratiev stelt onvoorzichtig voor om die ook als cycli te bestempelen –, hun karakter en duur worden niet bepaald door de interne wisselwerking van kapitalistische krachten, maar door die externe omstandigheden door wier kanaal de kapitalistische ontwikkeling stroomt. Het verwerven door het kapitalisme van nieuwe landen en continenten, de ontdekking van nieuwe natuurlijke hulpbronnen en, in het kielzog hiervan, zulke grote gebeurtenissen op het niveau van de “bovenbouw” als oorlogen en revoluties, bepalen het karakter en de afwisseling van periodes van opgang, stagnatie, of neergang van kapitalistische ontwikkeling.
Welke weg zou het onderzoek moeten volgen?
Het bepalen van de curve van kapitalistische ontwikkeling in zijn niet-periodieke (basale) en periodieke (secundaire) fasen en breekpunten met betrekking tot afzonderlijke landen die voor ons van belang zijn en met betrekking tot de gehele wereldmarkt – dat is het eerste deel van onze taak. Wanneer we de curve eenmaal vastgelegd hebben (de methode van vastlegging is natuurlijk een speciale kwestie op zichzelf, en zeker geen simpele, maar hij behoort tot het domein van economisch-statistische techniek), kunnen we hem opdelen in periodes, afhankelijk van de hoek van op- en neergang die gemaakt wordt met een as op een grafiek. Op deze manier verkrijgen we een grafisch weergegeven schema van economische ontwikkeling, d.w.z. de karakterisering van “de eigenlijke basis (...) van alle te onderzoeken gebeurtenissen” (Engels).
Afhankelijk van de concreetheid en gedetailleerdheid van ons onderzoek, hebben we misschien een aantal van zulke schema's nodig: één met betrekking tot landbouw en veeteelt, een andere met betrekking tot zware industrie, enzovoort. Met dit schema als ons uitgangspunt, moeten we het vervolgens synchroniseren met politieke gebeurtenissen (in de breedste zin van het woord) en we kunnen dan niet alleen zoeken naar overeenkomsten – of om het voorzichtiger te stellen, onderlinge verbanden – tussen duidelijk afgebakende periodes van het sociale leven en de scherp weergegeven segmenten van de curve van kapitalistische ontwikkeling, maar ook naar die directe ondergrondse impulsen die gebeurtenissen in gang zetten. Het gevaar is natuurlijk aanwezig om al doende te vervallen in de meest vulgaire schematisering en, vooral, om de sterke onderlinge beïnvloeding en opeenvolging van ideologische processen te veronachtzamen – om uit het oog te verliezen dat economie alleen in laatste instantie beslissend is. Er is nooit gebrek geweest aan karikaturale conclusies getrokken met behulp van de marxistische methode! Maar het om deze reden afwijzen van de bovenaangegeven formulering van de kwestie (“het riekt naar economisme”) is het demonstreren van volstrekt onvermogen om de essentie van het marxisme te begrijpen; het marxisme dat de oorzaken van veranderingen in de sociale bovenbouw zoekt in de veranderingen van de economische onderbouw, en nergens anders.

Met het risico dat we ons de theoretische toorn van tegenstanders van “economisme” op de hals halen (en gedeeltelijk met de bedoeling hun verontwaardiging uit te lokken) presenteren wij hier een schematische grafiek die een willekeurig curve van kapitalistische ontwikkeling over een periode van negentig jaar voorstelt, volgens bovengenoemd stramien. De algemene richting van de basiscurve wordt bepaald door het karakter van de kleinere conjuncturele curven waaruit hij is samengesteld. In ons schema zijn drie periodes scherp te onderscheiden: twintig jaar van zeer geleidelijke kapitalistische ontwikkeling (segment A-B); veertig jaar van energieke opgang (segment B-C); en dertig jaar van aanhoudende crisis en neergang (segment C-D). Wanneer we in dit diagram de meest belangrijke historische gebeurtenissen voor de betreffende periode invoeren, dan is alleen al het aanschouwelijk naast elkaar plaatsen van belangrijke politieke gebeurtenissen en de veranderingen van de curve voldoende om een idee te geven van de onschatbare waarde die ze kunnen hebben als uitgangspunten voor historisch materialistisch onderzoek. Het parallellisme van politieke gebeurtenissen en economische verandering is natuurlijk uiterst betrekkelijk. In het algemeen registreert en reflecteert de “bovenbouw” nieuwe ontwikkelingen op economisch terrein pas met aanzienlijke vertraging. Maar deze wetmatigheid moet worden blootgelegd door een concreet onderzoek van die complexe onderlinge samenhangen waarvan we hier slechts een grafische aanwijzing presenteren.
In het rapport voor het Derde Wereldcongres illustreerden we ons idee met enkele historische voorbeelden uit de periode van de revolutie van 1848, de periode van de eerste Russische revolutie (1905) en de periode waardoor we nu gaan (1920-1921). We verwijzen de lezer naar deze voorbeelden. Ze bieden niets definitiefs, maar tonen wel duidelijk het uitzonderlijke belang van de door ons naar voren gebrachte benadering, vooral voor het begrijpen van de belangrijkste sprongen in de geschiedenis: oorlogen en revoluties. Wanneer wij in deze brief gebruik maken van een volkomen willekeurig grafisch schema, zonder te pogen een werkelijke periode uit de geschiedenis als basis te nemen, dan doen we dat om de eenvoudige reden dat zo’n poging veel te veel zou lijken op een onvoorzichtig vooruitlopen op de uitkomsten van een volledig en zorgvuldig onderzoek – dat nog gedaan moet worden.
Op dit moment is het natuurlijk nog onmogelijk om met enige mate van zekerheid te voorspellen welke onderdelen van de geschiedenis belicht zullen worden, en hoeveel licht geworpen zal worden door een materialistisch onderzoek dat zou uitgaan van een meer concrete studie van de kapitalistische curve en van de samenhang tussen de laatste en alle aspecten van het sociale leven. Resultaten die op deze manier wellicht zullen worden bereikt, kunnen alleen het resultaat zijn van zo’n onderzoek zelf, dat systematischer en methodischer moet zijn dan de historisch materialistische uitstapjes die tot nu toe zijn gemaakt.
Hoe dan ook belooft zo’n benadering van de moderne geschiedenis de theorie van het historisch materialisme te verrijken met resultaten die veel waardevoller zijn dan het zeer onbetrouwbare speculatieve gegoochel met de ideeën en begrippen van de materialistische methode door sommige van onze marxisten, die de methodes van het formalisme overbrachten naar het domein van de materialistische dialectiek, waardoor de taak beperkt werd tot het preciseren van definities en classificaties en tot het opdelen van lege abstracties in een aantal even lege delen; het heeft, kortom, het marxisme versneden met de onfatsoenlijk elegante gekunsteldheden van de epigonen van Kant. Het is inderdaad dwaas om een instrument eindeloos te slijpen en herslijpen, en daarbij marxistisch staal weg te kappen, wanneer het de taak is om het instrument te gebruiken om het ruwe materiaal te bewerken!
Naar onze mening zou dit thema het onderwerp kunnen leveren voor uiterst vruchtbare arbeid van onze marxistische werkgroepen over historisch materialisme. Onafhankelijk onderzoek op dit gebied zal ongetwijfeld nieuw licht werpen op – of op zijn minst meer licht laten schijnen over – zowel geïsoleerde historische gebeurtenissen als complete periodes. Ten slotte zou alleen al de enkele gewoonte om te denken in termen van de voornoemde categorieën de politieke oriëntatie in de huidige periode enorm vergemakkelijken, omdat het een periode is waarin duidelijker dan ooit tevoren het verband wordt blootlegt tussen kapitalistische economie (die het hoogtepunt van verzadiging heeft bereikt) en kapitalistische politiek (die volkomen losgeslagen is).
Ik beloofde lang geleden om dit thema uit te werken voor de Vestnik Sotsialisticheskoi Akademii [Bode van de Socialistische Academie]. Tot nu toe ben ik door omstandigheden verhinderd om deze belofte gestand te doen, en ik weet niet of ik in de nabije toekomst in staat zal zijn om hem na te komen. Daarom beperk ik mij vooralsnog tot deze brief.
donderdag 19 augustus 2010
Joost Oomen nieuwe huisdichter RUG
dinsdag 17 augustus 2010
Literaire Trotski Quiz (44)

Over nu naar opgave 44. Omdat opgave 43, als door ons ingeschat, inderdaad ondoenlijk was – we ontvingen in ieder geval geen juiste oplossing – is de bij die opgave behorende prijs nog steeds in ons bezit. We willen echter uitreiken, vandaar dat ook Literaire Trotski Quiz (44) de vorm heeft van een prijsvraag: wie als eerste de goede oplossing post krijgt een exemplaar van K-1, van de schoonheid en de kracht – een boek waarin Trotski wordt genoemd.
Dit zijn de bijbehorende vragen:
1. welke columnist schreef eind jaren zeventig onderstaande regels over moderne vormgeving, die destijds gekenmerkt werd door steeds verder abstraheren, steeds meer eenvoud en steeds dikkere, grotere lijnen; en
2. aan welk oorspronkelijk Nederlandstalig werk werden ze ontleend?
Als je dat zo ziet krijg je de indruk dat in onze dagen alle verfijning is gaan zitten in machines en apparatuur. De afbeeldingen zijn weer terug in de gebeitelde eenvoud van het stenen tijdperk, wat heel onlogisch is als je bedenkt dat de reproduktiemogelijkheden juist zo toegenomen zijn en je de ‘Nachtwacht’ op behangselpapier kunt kopen.
De ellende komt doordat er te veel ‘creatieve’ beroepen en baantjes en opleidingen bestaan die te veel mensen produceren die belang hebben bij het nieuwe. Nieuw is in en oud is out en als het nieuwe model eenmaal in gebruik genomen wordt, verdwijnt het oude als Trotski uit de Russische geschiedschrijving.
maandag 16 augustus 2010
zondag 15 augustus 2010
Arme Robbie
zaterdag 14 augustus 2010
Poëzie aan de Waterkant
Poëzie aan de Waterkant wordt zaterdag 14 augustus voor de 10e keer gevierd. Een literair evenement dat elk jaar plaatsvindt in augustus bij de Haagse Theeschenkerij en Roeibotenverhuur de Waterkant. Poëzie aan de Waterkant staat voor enerverende woordkunst met dichters en singer-songwriters. Naast een ´best of´ programma met dichters en singer-songwriters die eerder succesvol optraden aan de Waterkant is er zoals altijd aandacht voor nieuw dichttalent met de Talentengroep Neem het Woord en de winnaars van de Haagse Scholenslam. Ook is er aandacht voor twee hoofdgasten uit voorgaande edities, Simon Vinkenoog en Driek van Wissen.
Het middagprogramma is van 14.00-17.00 uur. Gasten zijn Eva Meijer (singer-songwriter), Jeroen de Vos, Ellen Deckwitz, Rowena Geerts, Anne Büdgen, Macronizm (indierap unplugged), Daniël Dee en Edith Ringnalda.
Het avondprogramma is van 19.00-21.00 uur en bestaat uit: Laszlo Huszar, Kasper Peters, Frank van Pamelen, Poëzie op muziek van Jimi Hellinga/Timo de la Mar/Diann van Faassen & Harry Zevenbergen, Andy Fierens, Tjitske Jansen, Bird (indiefolk) en de poëziegrabbelton.
De toegang is gratis. Een maaltijd tussendoor kost €12,- (vooraf reserveren via de theeschenkerij: 070-3502863)
Poëzie aan de Waterkant
Zaterdag 14 augustus
14.00-21.00 uur
Theeschenkerij de Waterkant (Westbroekpark t/o Haringkade, Den Haag)
vrijdag 13 augustus 2010
De Wetenschappelijke Vraag van Vandaag

Maar er is nog iets, zo ontdekte Kortsluiting-Groningen, en dat iets heeft hij nog nooit ergens vermeld gezien. Dus: Primeur! Nieuws! Wetenschap! Hoera!
GRONINGEN. Of het algemeen geldig is weet ik niet, maar in ieder geval De Verloofde is niet alleen linkshandig maar ook langbenig, eh… linksbenig: wanneer we gearmd over straat gaan, of waar dan ook, en even tot stilstand zijn gekomen – bijvoorbeeld voor de etalage van een damesmodewinkel, schoenenzaak of parfumerie – en vervolgens weer opstarten, dan beginnen we allebei met een ander been: ik zet eerst mijn rechterbeen vooruit, De Verloofde eerst het linker, waardoor er na ieder oponthoud gehupst moet worden om in sinc te lopen. (Voor de goede orde: geen van ons is een telganger, we lopen allebei gewoon.)
Vraag aan onze lezers: is dit toeval, of zijn (de meeste) linkshandigen ook linksbenig? Graag uw ervaringen.
woensdag 11 augustus 2010
Geen bloemen en geen krokodillentranen
Goslink mag wat ons betreft de sensatie van dit najaar worden. Een bewonderenswaardig feitje, om tot slot nog te vermelden, is dat Goslink zijn instrumenten zelf bouwt uit restmateriaal. En dan nu zijn muziek.
Dan zwijgen wij stil
De nieuwe Meindert Talma is opgestaan.
Meer? Meer!
Iets heel anders, en toch ook weer niet, als toegift: Henk van der Veen alias MC Henkie, een lokaal Gronings product – geen Country & Western maar City & Northern zeg maar. Hoewel al een paar jaar oud, nog immer fris klinkend en actueel.
dinsdag 10 augustus 2010
Kleine wasjes, grote wasjes
maandag 9 augustus 2010
Redneck 'n' Redhead
Nou is Charlie Daniels geen echte redneck, in tegenstelling tot David Allan Coe van wie het volgende liedje is. Speciaal uitgezocht door de redactie te Groningen voor die te Rotterdam.
Oké, nog eentje dan. Mede vanwege het filmpje: voor alle de Fuckups, nu eens niet van Johnny Cash maar van Coe de Redneck.
zondag 8 augustus 2010
Nieuwe Literaire Quiz (5)

Tijd voor de nieuwe opgave. Nog steeds zit de vechtsport ons hoog, dus wederom een citaat over boksen.
De vragen:
1. wie schreef onderstaande passage; en
2. uit welke oorspronkelijk Nederlandstalige roman zijn deze regels afkomstig?
Zolang als ik hem kende had hij zinloos geweld verheerlijkt. Hoe zinlozer des te liever het hem was. Dus zo’n boventallige Turk rats-flats even omleggen, daar had hij in principe wel oren naar – feitelijk al sinds ze hem vroeger ’s nachts uit zijn knapenslaap gewekt hadden voor de legendarische bokswedstrijden van de ‘fluwelen moker’ Cassius Clay alias Mohammed Ali. En een van [zijn] favoriete filmacteurs was de één-voudige Oscarwinnaar Joe Pesci, wiens handelsmerk het was om volstrekt uit het niets zomaar iemand in razende woede in elkaar te trappen, of dit nu precies zo in het script stond of niet. Heerlijk om te zien, dat gaf ik graag toe. De ander elimineren. ‘I try to catch the opponent on the tip of his nose,’ zoals de eminente Voltairekenner en oud-bokskampioen Mike Tyson het op een van zijn tatoeages zo mooi verwoordde. Waarom? ‘Because I try to punch the bone into the brain.’ Daarom. De opponent precies op het juiste puntje raken en hem aldus met zijn neus op de feiten drukken, daar kwam het uiteindelijk op neer. Kill’em all, let God sort them out. Als we dan toch allen poppetjes waren in een videogame, dan konden we er maar beter het beste van proberen te maken.
vrijdag 6 augustus 2010
Wat voorafging

Onlangs was ik aan het googlen op H.C. ten Haaf en kwam ik een stukje van jou van 2008 tegen op de blog Kortsluiting. Als ik het goed heb, zijn mijn en jouw opa elkaars broers. Ik heb bij het overlijden van mijn vader een map met documentatie gekregen betreffende onze overgrootvader H.C. ten Haaf. Hierin trof ik onder andere originele aanstellingsbrieven aan behorende bij verschillende functies die hij vervulde. De meeste van deze documenten zijn ondertekend door Paul Kruger zelf. Echter ook foto's van de familie en hun huis in Klerksdorp.
Mocht je het interessant vinden om dit materiaal in te kijken dan ben ik daartoe met plezier bereid.
Uiteraard heb ik meteen teruggemaild en inmiddels heb ik een aantal scans van documenten en foto’s in mijn bezit. Bovendien hebben we afgesproken elkaar na de vakantie te ontmoeten, in de hoop dat we elkaar kunnen aanvullen bij de reconstructie van onze voorgeschiedenis.
Dankzij de documenten ben ik al wat wijzer: zo wist ik wel dat mijn overgrootvader H.C. ten Haaf vanuit Nederland geëmigreerd was naar Transvaal (officieel de Zuid-Afrikaansche Republiek), maar had ik geen idee wanneer en waarom. Welnu, het blijkt een – polyglot begrip – carrière-move te zijn geweest. In 1888 kreeg de Nederlands Rijkstelegrafist 2de klasse Hendrik Christiaan ten Haaf de door de zaakwaarnemer van de Zuid-Afrikaansche Republiek in Nederland, Beelaerts van Blokland, ondertekende schriftelijke bevestiging dat hij was aangesteld als telegrafist in dienst van de Zuid-Afrikaansche Republiek.

Later ontving H.C. ten Haaf een door staatspresident Paul Kruger en staatssecretaris Leyds ondertekend document van dezelfde strekking.

Nadat H.C. ten Haaf zich gevestigd had in Klerksdorp, ging het voorspoedig met zijn ambtelijke carrière. Hierover een volgende keer meer.
donderdag 5 augustus 2010
Help!

Soms zijn woorden niet genoeg. Lees maar.
En geef.
De overstromingen en regenval in de Pakistaanse provincie Baluchistan laten een spoor van vernieling achter. Volgens diverse instanties zijn er op dit moment meer dan 1000 doden en ruim 2.5 miljoen mensen zijn anderszins getroffen door de moessonregens. Ruim 100.000 mensen hebben cholera. De hulpacties van de overheid laten zich omschrijven als te weinig en te laat. Hieronder plaatsen wij een vertaling van een recente oproep van de Labour Party Pakistan.
De hevige regenval heeft de afgelopen dagen in verschillende delen van Baluchistan (Pakistan) onverwachte overstromingen veroorzaakt. Doorgebroken dijken zorgen voor overstromingen. Ten minste drie dorpen in het district Sibi zijn vernietigd. Huizen, vee - zoals runderen en geiten -, huishoudelijke artikelen, kleding, schoenen en andere voorwerpen zijn vernietigd. Inwoners van de dorpen zitten op dit moment zonder drinkbaar water, voedsel, onderdak en hebben kleding nodig.
De situatie is in het bijzonder nijpend voor kinderen en vrouwen; er is dringend behoefte aan voedsel en kleding. Door gebrek aan schoon drinkwater in de getroffen gebieden verspreiden zich tal van ziektes. Griep, koorts, diarree en cholera zijn geconstateerd en verspreiden zich snel.
De reactie van de regering heeft de zaken enkel erger gemaakt. Zij slaagde er niet om direct tot actie over te gaan, waardoor tienduizenden mensen zonder hulp kwamen. De overheid kwam pas na vierentwintig uur in tentenkampen om een schamele hoeveelheid voedselpakketten uit te delen.
De kloof tussen de hoeveelheid voedsel die wordt verdeeld en het grote aantal mensen dat dringend eten nodig heeft leidde tot gevechten, wat de situatie voor deze mensen nog verergert.
Rubina Baluch, lid van het vrouwensecretariaat van de Labour Party Pakistan in Baluchistan en inwoner van één van de getroffen dorpen, zegt: “Er is hier absoluut niets meer. We hebben dringend behoefte aan voedsel, water en kleding”. Naar schatting zijn in Baluchistan tenminste 10.000 mensen slachtoffer geworden van de natuurramp.
De Labour Party Pakistan organiseert een hulpkonvooi naar de mensen in de getroffen gebieden. De LPP vraagt dringend om donaties in de vorm van geld of in de vorm van kleding, schoenen, medicijnen, schoon drinkwater.
De Labour Party Pakistan (LPP), de Pakistaanse zusterorganisatie van Grenzeloos, is een van de grootste linkse organisaties in Pakistan en is actief in de getroffen gebieden. De LPP organiseert een inzamelingsactie voor een hulpkonvooi met voedsel, medicijnen en kleding. Vanuit Nederland willen wij de Labour Party Pakistan ondersteunen en zamelen we geld in voor de hulpcampagne.
Donaties, groot en klein, kunnen worden overgemaakt op giro 5543271 t.n.v. Socialistische Alternatieve Politiek, Nijmegen o.v.v. ‘Pakistan’.
De LPP is actief betrokken bij vakbondsstrijd, feminisme en homostrijd. Voor meer informatie zie hun website. De LPP is ook betrokken bij het wekelijkse Engelstalige online tijdschrift International Viewpoint.
zondag 1 augustus 2010
Dichters in de Prinsentuin (2)
En even later was daar de beloning: mooi weer. Dus konden de dichters de loofgangen in, waar het er backstage zo uitziet:
Zoals altijd was het optredende dichtersvolk weer een mix van ons onbekend (wie weet hoe de dichteres in onderstaand filmpje heet wordt verzocht dat even te melden - en ook de titel van het gedicht is welkom) [Egbert Hovenkamp (II, denken wij) meldt: "de dichteres heet: Djoeke Ardon." En de Verloofde merkte op: 'ach, was je verliefd?']
en ons bijzonder bekend: na zijn gedicht over worst en voetbal is iedereen natuurlijk uitermate benieuwd naar Het Ding van Daniël Dee.
Intermezzo
zaterdag 31 juli 2010
Dichters in de Prinsentuin
Eerst was daar Daniël Dee, met onder andere twee verse gedichten:
Ook was er Saskia de Jong, en avondval - de zwarte vlek met paardenstaart is de dichteres zelve:
Afsluiter was Lammert Voos:
Later meer filmpjes. En nog later een gedicht over de drankovergoten nazit.
Gaan we nu verder met ontkateren.
woensdag 28 juli 2010
dinsdag 27 juli 2010
Extreemrechts rekenen

O wat ondemocratisch, zo mekkerde men, dat de VVD ging praten met PvdA, D66 en GroenLinks, in plaats van met de PVV. De PVV was immers de grote winnaar van de verkiezingen, dus die moet regeren – aldus de runderen, die blijkbaar niet eens weten dat ze horen te loeien en niet blaten of mekkeren.
Nu zijn wij geen voorstanders van een paars kabinet, al dan niet plus, want dat is ons veel te rechts. Maar we zijn wel democraten en we wijzen er dan ook graag op dat het PVV-geschreeuw dan weliswaar een enorm volume mag hebben, maar dat volume in dit geval geen inhoudelijke connotatie heeft – of het moet zijn dat het gebrul wordt voortgebracht door leeghoofden, volume nul dus.
We zullen het nog één keer uitleggen:
Afgezien van het feit dat de combinatie VVD, PvdA, D66 en GroenLinks meer zetels heeft dan de combinatie VVD,CDA en PVV, is het vooral ook zo dat “paars plus” meer zetels won dan het door de PVV-adepten gewenste kabinet van VVD, CDA en PVV. Rekent u even mee?
We beginnen met VVD, CDA en PVV. De VVD won 9 zetels, het CDA verloor er 20 en de PVV won er 15. Een batig saldo dus van 4 zetels.
Dan de combinatie van VVD, PvdA, D66 en GroenLinks. De VVD won 9 zetels, de PvdA verloor er 3, D66 won 7 zetels en GroenLinks ging er 3 op vooruit. Hier is dus sprake van een batig saldo van 16 zetels.
Zestien zetels, dat is vier keer zoveel. Het moge duidelijk zijn: een kabinet van VVD, CDA en PVV de enig juiste want meest democratische vertaling van de verkiezingsuitslag noemen is loeidom.
zondag 25 juli 2010
Bolle wangen

In mijn tijd – opa vertelt – werden we op ziekenbezoek gestuurd als een klasgenootje een besmettelijke kinderziekte had: ‘ga [naam] maar even een sinaasappel brengen.’ Zo kwam ik in ieder geval aan de mazelen en aan rode hond – de laatste besmetting moet zeer heftig zijn geweest, want ik ben er nog steeds één. Hoe ik aan de bof kwam weet ik niet meer, dát ik de bof kreeg herinner ik me nog; het is één van mijn eerste herinneringen. Met mijn vader ging ik een weekendje naar Diffelen, een vlek in Overijssel waar mijn opa een huisje had. Denk nou niet meteen, vanwege mijn Bloemendaalse oorsprong, dat het hier een enorm buiten betrof: het was een ergens in een bosje op een verloren stukje land van een boer opgetrokken bijzonder klein houten hokje, waarin met moeite een opklapbed paste. We waren net gearriveerd, en om het begin van ons eerste mannenweekendje samen te vieren kreeg ik een eierkoek – lekkerder nij kon ik me destijds niet voorstellen. De koek smaakte me niet, waardoor mijn vader vermoedde dat ik wel eens ziek zou kunnen zijn. Dat klopte dus, en vrijwel onmiddellijk na aankomst in Diffelen reisden we weer af naar Bloemendaal, ik met bolle kop.
Tijdens mijn nachtdienst in het UMCG zie ik nu, inmiddels immuun immers, en door verveling te flauw voor woorden, reikhalzend uit naar de eerste bofkont.
woensdag 21 juli 2010
Het land in
.jpg)
Eenmaal betrapt gaven we ons over, en de redactie-Groningen stond Tuppus met zichtbare tegenzin een interview toe over privéaangelegenheden.
Onze poging de vader aller razzi een koekje van eigen deeg te bezorgen mislukte, daar Tuppus, slagguitarist bij combo de Fuckups, zich tijdens zijn optreden listig achter een tentstok verschool – wat hier mooier klinkt dan verschuilde.
donderdag 15 juli 2010
Vierde deel: ons huis en de buren
Hier woonde ik tot ik in augustus 1981 naar Groningen verhuisde.
De linkerhelft van het huis, nummer 16, op de foto grotendeels aan het gezicht onttrokken door bosschages, werd bewoond door het echtpaar Galenkamp. Meneer Galenkamp had een stijf been, dat korter was dan het buigbare exemplaar. Om geen last te hebben van het lengteverschil droeg hij altijd een schoen met een enorm dikke zool, waardoor zijn voet wel wat weg had van een hoef, wat mijn opa eens deed opmerken dat Galenkamp een paardenpoot had. Dit knoopte ik in mijn oren, en op een dag vroeg ik meneer Galenkamp: ‘Heeft er een paard in je voet gebeten?’
Meneer Galenkamp dreef mijn vader tot de waanzin met een dagelijks op de piano ten gehore gebrachte compositie, waarschijnlijk van eigen hand. Mijn vader vervloekte de melodie, die bovendien niet al te getalenteerd werd uitgevoerd, maar er was geen ontkomen aan: de piano was tegen de tussenmuur met onze woning geplaatst. Ook de hebbelijkheid van buurman Galenkamp om in zijn tuin hangende takken van struiken uit onze tuin na het snoeien over de schutting te werpen, droeg niet bij aan warme gevoelens jegens hem. Meneer Galenkamp was getrouwd met de enige allochtoon in de Acacialaan: de zich noemende Frau Kalenkampf. Een Duitse.
Als afscheiding stond er “in mijn tijd” een houten hek tussen onze voortuin en de stoep. Dat hek heb ik ooit, op een uitermate zonnige dag, op verzoek van mijn vader gecarbolineerd. Onder de brandblaren zat ik, want carbolineum en zon gaan niet samen met blote huid. Uiteraard wist mijn vader dit niet – hij was een klusser van lik mijn vestje. Ik zal nooit vergeten dat hij een keer bezig was met verfafbijtspul, een agressief goedje dat hij met een kwast aanbracht. Tijdens deze werkzaamheden ging hij wat driest te werk, en een druppel van het spul vloog in één van zijn ogen. Met zijn hand voor dat oog spurtte hij over het zijpad richting keuken, richting kraan, onderwijl luid roepend: ‘Ik word blind! Ik word blind! Ik word blind!’
In de voortuin stond, midden op het grasveld, een lijsterbes. Over die boom schreef ik in K-1, van de schoonheid en de kracht:
Ondanks dat ik nooit heb gebokst, ben ik wel een keer knock-out gegaan: als negen- of tienjarige zat ik in de boom voor ons huis een hut te construeren. Dat ik geen geboren doe-het-zelver ben werd duidelijk toen het door mij bevestigde plankier waarop ik bezig was kantelde, en ik met mijn hoofd vooruit een meter of drie omlaag viel. Ik kwam op mijn kop terecht en was van de wereld. Mijn moeder bracht me weer bij met een nat washandje, en het eerste dat ik zei was: ‘Godverdomme!’ – ik dacht namelijk dat ik sliep en dat iemand mij wakker maakte door water in mijn gezicht te gooien.
Op nummer 12 woonde de familie Arnold, een gezin waar uiterst bekakt werd gesproken. De zoon des huizes, Alf, studeerde in Leiden. Tijdens een weekendbezoek aan zijn ouderlijk huis begroette hij mij een keer met de woorden: ‘Zeu, Kaerel.’ Waarop ik zei: ‘Zeu, Elf.’ Hij heeft maanden niets tegen me gezegd. Ook zijn moeder sprak met een pan hete aardappels in de keel: met een vriendje schoot ik ooit, om de verveling te verdrijven, vanuit een verdekte positie (de wc op de eerste verdieping) met een luchtpistool kogeltjes op één der ramen van de Arnolds. Elk raak schot gaf een harde tik. Na enkele treffers trok mevrouw Arnold de voordeur open en riep: ‘Wie is daer?’ Waarop mijn vriendje vroeg: ‘Is ze Engels of zo?’
(wordt vervolgd)
maandag 12 juli 2010
Een goed begin

Ik: “Nee. De aftrap.”
De Verloofde: “Ah. Nou, dat moet dan een hele mooie geweest zijn…”
zondag 11 juli 2010
Voetbal en vechten

Kwartfinales
gevecht A: [alleen de eerste ronde konden we vinden] Cedric NTG (AUS) vs. Tafa Misipati (NZL)
vrijdag 9 juli 2010
Derde deel: kerken en kak
Even verderop ontwaart de Verloofde een prachtig pand, dat volgens haar wel van Rietveld zou kunnen zijn. (Enig speurwerk op internet leidt tot deze kennis: het gebouw stamt uit 1930 en werd ontworpen door J.H. Groenewegen.)

Dit mooie witte gebouwtje was vroeger een kleuterschool: de montessorischool. De tuin erachter, met destijds klimrek en zandbak, grenst aan het park in de Acacialaan tegenover het huis waarin ik geboren werd en opgroeide. Vanuit dit park klommen we regelmatig over het hek de tuin van de montessorischool in, waarna we via bomen op het platte dak aan de achterzijde klauterden. Daarbij werden we een keer betrapt door de boven de school wonende uitbaatster, die mijn ouders belde. Hierover was ik zo verbolgen, dat ik enige tijd later een door de melkboer voor de deur neergezette volle melkfles voorzichtig opende, er krachtig in roerde met een door de hondenpoep gehaald takje, en de fles vervolgens weer zorgvuldig afsloot. Ik troost me met de gedachte dat ik dermate fanatiek had rondgeroerd, dat de melk enigszins verkleurd was en dat er dus waarschijnlijk niet van gedronken zal zijn.
Vanuit de Vijverweg slaan we de Popellaan in, vlakbij mijn geboortehuis inmiddels. In de Popellaan is de vrij katholieke kerk gevestigd, een kerkgenootschap waarvan niemand die ik ernaar vraag ooit gehoord heeft – oud-katholiek, dat is nog wel bekend; maar vrij katholiek?

De kerk werd min of meer “bekosterd” door de ernaast wonende Bram en Toet Weill, vrienden van mijn ouders. Mevrouw Weill was bibliothecaresse in de destijds aan de Vijverweg gevestigde openbare bibliotheek, die ik wegens vrijwel uitgelezen al op jonge leeftijd verruilde voor de openbare bibliotheek in Haarlem. Het gebouwtje van de openbare bibliotheek, schuin tegenover de lelijke gereformeerde kerk, en al evenmin een toonbeeld van architectonisch vernuft, heb ik tijdens onze wandeling over de Vijverweg niet gezien – zo dringt tot me door wanneer we voor het huis van Weill staan. Waarschijnlijk werd het afgebroken na verhuizing van de bieb naar de huidige locatie: de plek waar vroeger de katholieke kerk stond waarin Bomans’ uitvaartdienst plaatsvond. Op diezelfde plek, naast de nieuwe bibliotheek, verrees een complex bejaardenwoningen waarin Bram en Toet Weill zich vestigden: misschien kon Toet niet zonder grote verzameling boeken in haar omgeving.
Nu ik het toch over boeken heb: met de herlezing van De keldergang der heren ben ik inmiddels gevorderd tot pagina 102. En in de ter gelegenheid van de Bomanstentoonstelling uitgegeven catalogus Godfried Bomans. Schrijver tussen kunstenaars wordt bewezen wat ik in mijn vorige blogje schreef: op bladzijde 51 is sprake van de “Ing. Bispincklaan”.
donderdag 8 juli 2010
Theo Wiering (1914-2010)

Theo was in staat om ingewikkelde problemen helder en eenvoudig uiteen te zetten; tot op hoge leeftijd zette hij dit talent in voor de revolutionaire beweging – zie bijvoorbeeld dit korte artikel uit 2003, waarin Theo uitlegt hoe een economische crisis ontstaat en waarom crises onvermijdelijk en onafwendbaar zijn binnen het kapitalistische economische systeem.
Behalve dat hij zelf artikelen schreef, vertaalde Theo ook werk van Marx en Trotski in het Nederlands.
Aanstaande vrijdag, 9 juli, is de crematie. Om 13.00 in crematorium Westgaarde, Ookmeerweg 275 te Amsterdam.
maandag 5 juli 2010
Tweede deel: Ign. Bispincklaan
In die Ign. Bispincklaan bevond zich het hoofdkantoor van het PEN, het Provinciaal Elektriciteitsbedrijf van Noord-Holland, waar mijn vader werkte – dat het zo’n prachtig gebouw was, is mij als kind altijd ontgaan.
Als klein jongetje ging ik mijn vader dikwijls ophalen van zijn werk, en in afwachting van zijn buitenkomst klauterde ik vaak op het muurtje dat zich bij de ingang bevond. Zo ook op een goede dag in december 1971. Terwijl ik op het muurtje lag, werd ik aangesproken door een man en een vrouw die mij vroegen of ik wist waar de katholieke kerk was waar de afscheidsdienst voor Godfried Bomans werd gehouden. Ik heb ze de goede weg gewezen.
Het muurtje staat er nog, maar is inmiddels volkomen overwoekerd door klimop, zoals op onderstaande foto te zien is. En passant maakt deze kiek duidelijk waarom ik altijd mijn uiterste best doe om vooral niet lachend te worden vastgelegd op de gevoelige plaat: ik lijk wel een debiel (‘toch mooi dat die mensen altijd zo’n plezier hebben’).
zaterdag 3 juli 2010
Eerste deel: keurige terrassen
Na het bezoek aan deze verrukkelijke tentoonstelling, want dat was het, namen we plaats op het terras van café Brinkmann, eveneens op de Groote Markt (jazeker, met twee o – ik begrijp nu meteen waarom ik dikwijls de Grote Markt in Groningen foutief met dubbel o spel). In de kelder onder Brinkmann was vroeger de sociëteit Teisterbant gevestigd – kunstzinnige ballenclub waarvan Bomans één der drijvende krachten was. Voor wie geïnteresseerd is: Louis Ferron schreef De keldergang der heren. Geschiedenis van de Haarlemse sociëteit Teisterbant (De Haan, Haarlem 1981); een waarschuwing vooraf: het is een gortdroog boekwerk, met de herlezing waarvan ik – ondanks de goede aanleiding – nog niet verder gevorderd ben dan tot pagina 48 (van de 161).
Brinkmann is een fijn lommer- en dus schaduwrijk terras waar altijd een verkoelend windje staat, maar er zitten minder schilderachtige figuren dan op het terras van café Vreeburg in Bloemendaal, het bekakte dorp waar ik negentien jaar woonde. Een bejaarde juffrouw begint tegen de terrasloper aan te leuteren over de tegen de gevel groeiende druivelaar, waarop hij haar maant toch vooral niet de trossen, eens ze rijp zijn, te komen oogsten. De dame klaagt over de kruisbessenstruik in haar tuin, die altijd wordt leeggevreten door de vogels. Van enkele tafels verder roept een andere bejaarde dame, met keurige dictie, dat niet de vogels de struik hebben leeggegeten, maar dat zij dat heeft gedaan. ‘Het was erg lekker.’ De terrasloper zegt: ‘Mevrouw, u bent een deugniet,’ waarop de deugniet tevreden verder gaat met het verorberen van haar witte kadetje met ham – zij doet dit met mes en vork.
(wordt vervolgd)
dinsdag 29 juni 2010
Literaire Trotski Quiz (43)

Aflevering 43 (we zullen potverdrie de vijftig halen!) is volgens ons welhaast ondoenlijk. Vandaar dat we er, ter stimulering, maar weer eens een prijsvraag van maken: wie als eerste de goede oplossing post krijgt een exemplaar van K-1, van de schoonheid en de kracht – een boek waarin Trotski ook wordt genoemd.
1. welke literator schreef onderstaande barokke regels; en
2. aan welk oorspronkelijk Nederlandstalig werk (een roman) werden ze ontleend?
Professor Brosette fluit voldaan een ouverture van Verdi. Concerto grosso: E’Pericoloso Sporgersi, Pantoleone, Haha Haha Hahaa. Fraai verzoeningswerk werd hier door mij verricht, weet hij.
‘Landrotten! Trotskisten! Whiskeymorzers! Hela, hola daar: schei toch uit met dat gefluit, wandtapijt, want hier komt Arthur James Harriet Miller in zijn one manshow. Eerste prijs met de gelukwensen van de jury. Hoogste klas van the Actor’s Studio. Mèt de warme handdruk van Lee Strasberg en de tongkus van Elia Kazan. Hé, Klikklak en Dracula(k), slepen jullie eens een emmertje water aan, een dweil en euh en…’
‘En wat nog?’ vragen velen.
‘Folling up!’ roept iemand.
‘Eindig! Doe voort! Wat heb je nog meer nodig?’ wordt er door elkaar om uitleg gevraagd.
Millers hersens werken wanordelijk, met moeite verzamelt hij zijn gedachten.
‘En een pispot. Een nachtvaas om het beschaafder uit te drukken.’
‘Laat maar zitten,’ schreeuwt Brosette, ‘we zijn wel ruwere taal van je gewoon.’
De consul knikt, het teken dat hij zijn toestemming voor het optreden geeft. Een Bunny brengt Millers gerief.
‘Nu nog een regenjas. Jullie hoopten dat ik me nat zal maken, hé, kakkers? Daarop hebben jullie je zinnen gezet, hé? Alsof ik mijn kostuum in de vernieling zal jagen, zeker?!’
Hij kijkt woest rond en gromt:
‘Hé daar Greta Garbo (maar hij wijst Zaza Gabor aan), leen me even je bontjas. Ik lever je hem onbeschadigd terug af, meid.’
De Grote – nooit klein te krijgen – Zaza kirt als Witte Pen, het gekastreerde Indianenopperhoofd uit Milwaukee. Ze ontdoet zich van haar Skunk en werpt hem naar Miller.
‘Hebben we nu alles? Dweil, pispot, regenjas euh bontjas. Ook te gebruiken. Houdt ook de nattigheid tegen.’ Tot Zaza: ‘Hij is toch wel waterdicht?’
Hij lacht een vette lach.
Het koor: ‘Begin dan toch, Arthur!’
De consul: ‘Komt er nog wat van, Miller?’
Miller plaatst de emmer voor zijn voeten. Dompelt er de dweil in onder. Wringt de dweil uit. Legt hem naast de emmer. Dan trekt hij de nertsjas aan. Duwt de dweil over zijn schouder tussen zijn hemdsrug en het beestevel. Hij schreeuwt geschrokken:
‘Godverdomme, ik wordt toch nat. Verdomme toch!’
Elkeen proest het uit. Miller neemt de stenen nachtpot bij het oor en kondigt plechtig af: ‘De man met de kleine blaas.’ Hij betast zijn rug, op jacht naar de vochtige dweil.
‘Ach, ach, wat moet ik wateren,’ steunt hij, met komisch smoelwerk, ‘ik heb een kou op mijn blaas, geloof ik. Of de koudepis.’
Hij omklemt zijn gulp, aait zijn onderbuik. Daarna drukt hij hard op zijn rug, het dweilwater klotst de pot die hij tussen zijn gespreide benen houdt, binnen. Hij lost de persing op zijn rug. Kissevist nog klaaglijker:
‘O o o, wat ben ik een sukkelaar. Ik kan me niet meer ophouden. Mijn wil vermag niets meer tegen mijn pis. Ach en oei! En het doet zo’n zeer.’
Weer dwingt hij de dweil de vloeistof te lossen. Hij kneedt het bont tot het koekt. Een eindeloze waterstraal bereikt de pot.
De toeschouwers zijn verrukt. ‘Hip Hip, voor Arthur,’ applaudiseren de heren, ‘Bravo! Bravo!’ De dames smoren hun uitgelaten stemming in hun cocktailglas en achter hun waaiers en blozen als maagden. En de pot loopt over.
dinsdag 22 juni 2010
Vuvuzelachen
vrijdag 18 juni 2010
Hup vuvuzela!

Dat het volume van dit prachtinstrument tot gehoorbeschadiging leidt is een bijkomend voordeel: de concurrerende groepen hooligans horen dan, wanneer ze elkaar buiten het stadion treffen, niet wat ze door de aanhang van de tegenpartij verbaal naar het hoofd geslingerd krijgen aan primitiviteiten – waardoor het ook na een risicowedstrijd nog lang rustig blijft in de stad.
zaterdag 12 juni 2010
Ongedierte

Wellicht dat menig Wilders-stemmer inmiddels spijt heeft van zijn of haar keuze: de Leider heeft onmiddellijk na de verkiezingen zijn sociale mombakkes afgelegd en verklaard dat hij wil meewerken aan een verhoging van de AOW-leeftijd – na kiezers te hebben geronseld door het tegengestelde te beweren. Als hij binnenkort moet kiezen tussen betere zorg en belastingverlaging, dan kiest hij natuurlijk voor belastingverlaging. Om de economie uit het slop te trekken, zal hij akkoord gaan met een versoepeling van de ontslagbescherming. En om de hypotheekrenteaftrek te kunnen blijven betalen, zal hij het minimumloon inleveren. Zo zijn de extreemrechtse manieren: de sociale punten in het verkiezingsprogramma zijn bedoeld om de mensen zand in de ogen te strooien – zo is het altijd geweest, en zo zal het altijd zijn.



