Posts tonen met het label Verhagen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Verhagen. Alle posts tonen

vrijdag 6 februari 2009

Snacks en rubber




Straks begint de Nacht van het Condoom. Waar ik gisteren vergeten ben stil te staan bij de vijftigste verjaardag van de frikadel, één der verrukkelijkste uitvindingen ooit, daar zal ik heden niet verzuimen de lof van het kapot te zingen.



Dit gedicht, oorspronkelijk gepubliceerd in de eigenbeheer uitgave iedereen is alleen (Rottend Staal Publicaties, Groningen 1996), later opgenomen in de nog steeds verkrijgbare bundel meisjespijn (Uitgeverij Passage, Groningen 2007), is een reactie op een hanenzang van Riekus Waskowsky:
[Riekus Waskowsky – wie het eerste z’n stenen kwijt is (De Bezige Bij, Amsterdam 1970)].
Verder zit er natuurlijk een verwijzing in naar de bundel Duizenden Zonsondergangen (De Bezige Bij, Amsterdam 1971) van Hans Verhagen, waarin ook een gedicht is opgenomen met de titel ‘In de duinen’:

Voorts bevat het gedicht een knipoog richting Peter Andriesse – Zuster Belinda en het geheime leven van Dokter Dushkind (De Bezige Bij, Amsterdam 1971), een roman die opeens zeer actueel is, daar het Groninger café De Kachel vandaag voor de rechter verschijnt wegens het ontduiken van het rookverbod, en alle personen in het boek van Andriesse vernoemd zijn naar een sigarettenmerk. Maar genoeg hierover, het is niet aan mij om mijn eigen werk uit te leggen.
Nu ik het toch over reacties op andermans gedichten heb: in de onlangs verschenen bundel Meesterwerk (Uitgeverij Passage, Groningen 2009) reageren zevenendertig jonge dichters middels een gedicht op het werk van hun voorbeelden. Het is natuurlijk raar om die bundel hier uitgebreid te bespreken, want hij werd samengesteld door mijn blogbroeder Daniël Dee. En hoewel Daniël zal vinden dat zulks niet heurt, en ik de kans loop dat hij deze zin van ons weblog verwijdert, wil ik hier toch graag opmerken dat zijn reactiepoëem op een gedicht van C.B. Vaandrager van grote schoonheid is: Vaandrager zelf zou het geschreven willen hebben.

zondag 17 augustus 2008

Fonds van de Knetteren


In de bijlage Boeken van NRC Handelsblad van afgelopen donderdag staat een interview met meesterdichter Hans Verhagen. En wat lezen wij daar, tot onze stomme verbazing? Dit:

Pas sinds kort krijg ik een beurs van het Fonds voor de Letteren. Zelfs in 2003, toen mijn verzameld werk, Eeuwige vlam, verscheen en het Letterkundig Museum een tentoonstelling over mij organiseerde, kreeg ik nog een afwijzing. Mijn werk was literair van onvoldoende niveau. Daar heb ik toen met succes bezwaar tegen aangetekend. Maar goed, mijn poëzie lag altijd vóór op de mainstream en dan krijg je gauw kritiek.

“Mijn werk was literair van onvoldoende niveau.” Onze monden hangen nog steeds open van verbazing, wat het uitroepen van Schande! er niet eenvoudiger op maakt. Maar we roepen door: Schande! Schande!
Wie zijn die types zonder enig benul van poëzie die de geldpot beheren? In het jaarverslag over 2003 wordt de organisatie van het Fonds als volgt omschreven (pag. 6):

Het bestuur bestaat uit zeven personen en wordt in zijn besluitvorming geadviseerd door een adviesraad. De adviesraad bestaat uit maximaal dertien leden met een brede kennis van de nationale en internationale letterkunde (…) De leden van de adviesraad hebben tot taak gemotiveerde adviezen uit te brengen over subsidieaanvragen van schrijvers en vertalers uit Nederland, Friesland en Vlaanderen. (…). De adviesraad baseert zijn adviezen aan het bestuur in grote mate op de oordelen van externe adviseurs over de literaire kwaliteit van de ingezonden boeken en de kwaliteit van literaire vertalingen.

Wie waren er verantwoordelijk voor het afwijzen van de beursaanvraag van Hans Verhagen? Het jaarverslag (pag. 6):

Het fondsbestuur bestond in 2003 uit de volgende personen: mevrouw F. Trossèl, mevrouw L.M. Verheggen en de heren H.M. van den Brink, E. Bruinsma, H.U. Jessurun d’Oliveira, F. Laroui en K. Mercks.

Op pagina 7 van hetzelfde jaarverslag lezen we dat in 2003 de volgende personen lid waren van de adviesraad: Huub Beurskens, Christel van Boheemen, Els Broeksma, Herman Divendal, Sjef Houppermans, Atte Jongstra, Stacey Knecht, Jelle Krol, Richard van Leeuwen, Maydo van Marwijk Kooij, Gitta op den Akker, Anne Pries, Fedde van Santen, Erik Vlaminck.

Hoedt u voor deze charlatans!

De namen van de externe adviseurs die verantwoordelijk waren voor het rapport waarin gesteld wordt dat het werk van Hans Verhagen “literair van onvoldoende niveau” is, hebben we helaas (nog) niet weten te achterhalen. Wel is duidelijk, dat ze voor het schrijven van dat schandelijke kulrapport een geldelijke vergoeding hebben ontvangen (jaarverslag 2003, p.6).

Dat de Kortsluiting-medewerkers de afgelopen jaren allebei hun herhaalde aanvragen voor een werkbeurs niet gehonoreerd zagen, zien we ter redactie plots als enorm compliment.

De adviesraad is inmiddels gelukkig personeel geheel vernieuwd, maar op dit moment hebben de van ieder literair benul verstoken Ernst Bruinsma en Fouad Laroui nog altijd zitting in het bestuur. Schande!

maandag 28 juli 2008

Historisch gesprek

Hans Verhagen: ‘Die Trotski was ook een etter.’

Karel ten Haaf: ‘Dat is waar. Maar soms is dat nodig.’

zondag 27 juli 2008

Maar dankbaar


Jonges wat was het weer mooi! Jammer dat het voorbij is, dat Dichters in de Prinsentuin. Goeie dichters, slechte dichters, groene dichters, rijpe dichters, overrijpe dichters en dichters voor de jeugd. Bijna alles is door Kortsluiting gezien, vrijwel alle dichters gehoord, zoveel mogelijk zon gevangen op het voor dit jaargetijde nog wat te bleke lijf.

Absoluut hoogtepunt was het optreden van Hans Verhagen, tijdens de slotavond, op het terras voor café De Souffleur. Wat kan die man mooi rijmen; dat zoiets bestaat. Onder de platanen gezeten liepen mij de tranen over de wangen toen hij zijn prachtgedicht hoe je verdween voordroeg met een stem vol emotie. Ook de Verloofde hield het niet droog, zij aan zij zaten wij en snikten.

Jan Glas maakte op mijn verzoek een foto van Hans Verhagen - 'Ik kan zelf wel een foto nemen, maar dan wordt het een kiekje, en Verhagen verdient een prachtportret', zo zei ik. En wat een fantastische plaat schoot hij; petje af Jan, en veel dank.

Na afloop van het optreden van Hans Verhagen zei de Verloofde tegen Coen Peppelenbos: 'Hij heeft me aan het huilen gemaakt, de rotvent.'
Waarop Coen antwoordde: 'Moet ik hem voor zijn bek slaan?'

En we dronken nog wat, en we lulden nog wat, en we gloeiden nog wat na, en met een bescheiden stukje in de kraag keerden we huiswaarts. Bedroefd omdat het alweer over was.

dinsdag 15 juli 2008

Persoonlijk


Waar Kortsluiting-Groningen, hierna te noemen: ik, enige tijd geleden berichtte over de hier links in facsimile gereproduceerde opdracht die Hans Verhagen in mijn exemplaar van Zwarte gaten schreef, daar kreeg ik onlangs een nog veel persoonlijker auteurstoevoeging in handen: mijn vriend Henk (uit Groningen) heeft verkering met Jop (uit Amsterdam); Jop op zijn beurt is weer een kennis van Lernert Engelberts, je weet wel, die jongen die op belachelijk jonge leeftijd debuteerde met de dichtbundel Oedipoes werpt jongen. Deze Lernert Engelberts publiceerde onlangs zijn prozadebuut, de verhalenbundel Echte slechte mensen. Bij de presentatie van dit boek waren ook Henk en Jop aanwezig. Beiden ontvingen een naar hun zeggen door de schrijver wel heel opmerkelijk gesigneerd exemplaar: hij haalde zijn mannelijkheid uit de broek, legde die op het voorplat, en trok hem om met zwarte stift. Of onderstaande handtekening (lultekening?) afkomstig is van Jops exemplaar of van dat van Henk weet ik niet – maar dat is ook niet echt van belang: beide omtrekken verschilden niet noemenswaardig van elkaar. (De stipjes op het beeld zijn te wijten aan tabakskrummels op mijn scanapparaat; de vegen danken wij aan het gebruik van een slechte kwaliteit viltstift, niet aan zelf- of andermansbevlekking.)


Het geheel op roze papier gedrukte boek gaat trouwens vergezeld van wat de schrijver zelve een “boekenligger” noemt, die ons in staat stelt de vorm van de getekende omtrek te vergelijken met een fotografische afbeelding van het betreffende geslacht. Mijn conclusie: het is geen broodje aap, maar wel degelijk des auteurs apparaat. Doch oordeel zelf.




zondag 1 juni 2008

Beste gedicht


Al jarenlang wordt Hans Verhagen door mij, Kortsluiting-Groningen, beschouwd als de beste levende Nederlandstalige dichter. Op 12 mei jongsleden was het eindelijk zover: tijdens het festival Vurige Tongen in Ruigoord ontmoette ik de Volkscommissaris der Dichters. Ondanks mijn uit bewondering voortkomende zenuwen sprak ik Verhagen aan na zijn optreden (het ook niet misse voorprogramma werd verzorgd door Karel ten Haaf en Daniël Dee). Hij honoreerde het verzoek om mijn exemplaar van zijn net verschenen bundel Zwarte gaten te signeren, en bleek eveneens bereid een exemplaar van meisjespijn in ontvangst te nemen, waarna hij zich verwaardigde enige tijd met mij te spreken over poëzie, tijdens welk gesprek hij het eerder door mij voorgedragen gedicht "beste dichter" (dat is opgedragen aan en handelt over Hans Verhagen) doorlas en verklaarde 'erg gecommitteerd' te zijn - hij praat zoals hij dicht. Kortsluitingverloofde Elise Luycx maakte foto’s van ons onderhoud.
Ik schreef als opdracht “voor Hans Verhagen, / dank voor de schoonheid / en de troost”. Verhagen schreef: “voor Karel ten Haaf, / schrijver van ‘meisjespijn,’ / van Hans Verhagen, / schrijver van ‘moeder is /een rover’ / te Ruyg?oord / 12-05-2008 / [handtekening]”.
In Zwarte gaten staat één van de mooiste gedichten ooit over
(ge)liefde en dood, een gedicht dat ik nu al uitroep tot het beste van 2008, of eigenlijk: het beste van deze eeuw tot nu toe. Hier volgt dat gedicht, dat haast nog mooier is dan het prachtige “for Jane” van Charles Bukowski:

hoe je verdween

Zo ver als jij sprak zo diep je me raakte
Hoe lager ik daalde hoe meer je verdween
Zo hoop ik vergat zo vaak als ik faalde
Zo scherp ik je zag hoe verder je scheen

Zo liefde mij brak en nooit ik meer liefhad
en nooit meer en nooit meer en niemand die dag dat
schoonheid vergaan ging onder een steen

Zij liet mij alleen, die de klank aan mijn hart gaf,
van mijn klankkast het hart was
en nooit meer en niemand en dood in de regen
gelegen van eeuwen geleden
onder postmoderne waterwegen
Niet ontzwommen, nooit herrezen