Gisteren redactiebijeenkomst te Haarlem. Terrasseren op de Botermarkt en leuteren over hoe het werk aan ons Aertsboek vordert. Ook wat bier gedronken. En geobserveerd.
Karel: ‘Er zijn opvallend veel goede konten in Haarlem.’
Daniël: ‘Dat komt omdat ze hier allemaal een joggingbroek aan hebben. Zo zit ik thuis op de bank.’
Met een puntzak friet in de hand, saus op de buik morsend (Daniël oorlog, Karel Vlaamse mayonaise), naar de Pletterij gelopen. Gezien hoe Hans Plomp het eerste exemplaar van de nieuwe roman van Peter Andriesse overhandigde aan diezelfde Peter Andriesse. Een historische gebeurtenis: het is twintig jaar geleden dat er een boek van Andriesse verscheen.
Plomp in zijn overhandigingspraatje over De rode kimono: ‘Het is een ontzettend geil boek. Ik moest vaak even stoppen met lezen om me af te trekken. En ik ben zeventig, dus je begrijpt dat dat nogal wat tijd kost.’
Andriesse: ‘Het klaarkomen zelf gaat nog wel, maar om zover te komen.’
Een foto gemaakt vlak voor de overhandiging. En één vlak daarna. Het fotomoment suprême dus gemist.
Signeren.
Andriesse: ‘Voor?’
Karel: ‘Karel.’
Andriesse: ‘Hoort daar ook een achternaam bij?’
Peter Andriesse: ‘Bedank voor het kopen.’
Roken voor de deur.
Karel tegen Pim Wiersinga: ‘Je lijkt op je foto.’
Hans Plomp in het wilde weg: ‘Kutjes worden niet oud.’
Yvonne van Doorn tot Karel: ‘Je hebt een minder serieus hoofd dan ik dacht.’
Het was een fijne dag.
Posts tonen met het label Peter Andriesse. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Peter Andriesse. Alle posts tonen
vrijdag 25 april 2014
vrijdag 6 februari 2009
Snacks en rubber

Straks begint de Nacht van het Condoom. Waar ik gisteren vergeten ben stil te staan bij de vijftigste verjaardag van de frikadel, één der verrukkelijkste uitvindingen ooit, daar zal ik heden niet verzuimen de lof van het kapot te zingen.
Dit gedicht, oorspronkelijk gepubliceerd in de eigenbeheer uitgave iedereen is alleen (Rottend Staal Publicaties, Groningen 1996), later opgenomen in de nog steeds verkrijgbare bundel meisjespijn (Uitgeverij Passage, Groningen 2007), is een reactie op een hanenzang van Riekus Waskowsky:
[Riekus Waskowsky – wie het eerste z’n stenen kwijt is (De Bezige Bij, Amsterdam 1970)].Verder zit er natuurlijk een verwijzing in naar de bundel Duizenden Zonsondergangen (De Bezige Bij, Amsterdam 1971) van Hans Verhagen, waarin ook een gedicht is opgenomen met de titel ‘In de duinen’:
Voorts bevat het gedicht een knipoog richting Peter Andriesse – Zuster Belinda en het geheime leven van Dokter Dushkind (De Bezige Bij, Amsterdam 1971), een roman die opeens zeer actueel is, daar het Groninger café De Kachel vandaag voor de rechter verschijnt wegens het ontduiken van het rookverbod, en alle personen in het boek van Andriesse vernoemd zijn naar een sigarettenmerk. Maar genoeg hierover, het is niet aan mij om mijn eigen werk uit te leggen.Nu ik het toch over reacties op andermans gedichten heb: in de onlangs verschenen bundel Meesterwerk (Uitgeverij Passage, Groningen 2009) reageren zevenendertig jonge dichters middels een gedicht op het werk van hun voorbeelden. Het is natuurlijk raar om die bundel hier uitgebreid te bespreken, want hij werd samengesteld door mijn blogbroeder Daniël Dee. En hoewel Daniël zal vinden dat zulks niet heurt, en ik de kans loop dat hij deze zin van ons weblog verwijdert, wil ik hier toch graag opmerken dat zijn reactiepoëem op een gedicht van C.B. Vaandrager van grote schoonheid is: Vaandrager zelf zou het geschreven willen hebben.
Labels:
condoom,
Daniël Dee,
frikadel,
kapotje,
Karel ten Haaf,
Lezendarisch,
Peter Andriesse,
Vaandrager,
Verhagen,
Waskowsky
Abonneren op:
Posts (Atom)


