‘Wat heb jij soms toch ook een stijve kop,’ zei één van mijn collega’s gisteren toen ik vertelde geweigerd te hebben om me te legitimeren in het stembureau.
En een stijve kop heb ik inderdaad. Dus belde ik zojuist de politie.
Een vriendelijke vrouwenstem zei: ‘Regiopolitie Groningen, u spreekt met Van der (...), waarmee kan ik u van dienst zijn?’
‘Ik wil graag aangifte doen van onrechtmatige ontneming van het stemrecht, en ik vroeg me af of dat telefonisch of via het internet kan, of dat ik daarvoor naar het politiebureau moet.’
‘O, dat moet ik even overleggen. Daarop kan ik u niet onmiddellijk een antwoord geven, moet ik eerlijk toegeven.’
Ik werd even “in de wacht gezet” zoals wij telefonisten dat noemen.
‘Kunt u misschien nader toelichten hoe u het stemrecht is ontnomen?’
Ik stak
dit verhaal af, en noemde ook duidelijk de reden van mijn weigering: dat het naar mijn mening gaat om omkering van de bewijslast.
‘En u bleef weigeren om zich te legitimeren.’
‘Ja, ik bleef in mijn weigering volharden. En toen mocht ik niet stemmen.’
‘Maar dat was de afspraak deze keer.’
‘Ja, maar volgens mij is dat in strijd met de grondwet.’
‘In strijd met de grondwet zelfs. Ik heb hier een collega naast me staan, die luistert nu even mee, en die schudt toch echt haar hoofd.’
‘Naar mijn overtuiging is dat wel zo, en ik wil dat graag voorleggen aan de rechter. Maar daarvoor moet ik wel eerst aangifte doen van onrechtmatige ontneming van het stemrecht.’
Ik word weer even in de wacht gezet voor verder overleg.
‘Meneer Ten Haaf, bedankt voor het wachten. Nee, wij doen daar niets mee. We raden u aan om naar het Juridisch Loket te gaan, dat is een gratis voorziening, en de zaak daar te bespreken. Dat is heel gemakkelijk te vinden op internet, en als u daar uw postcode invoert dan krijgt u het adres en telefoonnummer van het dichtstbijzijnde bureau.’
‘Prima, dan ga ik dat proberen. Dank voor de informatie.’
‘Ik wens u succes.’
‘Dank u wel mevrouw Van der (...).’
Ook bij het
Juridisch Loket wordt de telefoon beantwoord door een vriendelijke vrouw. Ik vertel dat de politie geen aangifte wil opnemen, maar dat ik de zaak wel graag voor de rechter wil brengen.
‘Dan zult u er een civielrechtelijke zaak van moeten maken. Of het kans van slagen heeft kan ik zo gauw niet zeggen, want dit is de eerste keer dat ik hiermee te maken krijg.’
‘Het is ook nieuw natuurlijk.’
‘Ja, het is nieuw.’
Ik maak een afspraak voor volgende week dinsdag. ‘Dan zal mijn collega bekijken of het zin heeft.’
Wordt vervolgd. En in de tussentijd gaan we over tot de poëzie van de dag.