Posts tonen met het label Laura Scheer-Oldeheuvel. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Laura Scheer-Oldeheuvel. Alle posts tonen

zondag 31 januari 2010

Herrijzend Kortsluiting


Het wordt weer lichter buiten, dus ook in het hoofd. Tijd voor de hervatting van ons weblog.
Meteen maar met het slechte nieuws beginnen: De Hoofdpersoon, de debuutromance in brieven van Laura Scheer-Oldeheuvel (zie foto), voor de uitgave waarvan de Kortsluiting-redactie zich sterk maakt (redactie Rotterdam na het tot zich nemen van de tekst: ‘ik heb eindelijk weer eens een goed boek gelezen’), zal niet verschijnen bij Passage. Uitgever Anton Scheepstra liet in een mail weten: “Na ampele overweging heb ik toch besloten niks met De Hoofdpersoon te doen. Je snapt hopelijk wel dat ik er de kwaliteiten van inzie. Maar ik vrees toch ook dat dit voor het ‘doorsnee-publiek’ een te vreemd boek is. Ik vind dat ik moet verwachten 1000 exemplaren van een boek te moeten kunnen verkopen. Bij dit boek verwacht ik deze verkoopbaarheid (om dat woord maar te gebruiken) niet. Nogmaals (en nadrukkelijk): met alle respect voor het geschrevene.”
Na eveneens ampele overweging heeft de Kortsluiting-redactie mevrouw Scheer-Oldeheuvel het volgende voorstel gedaan: De Hoofdpersoon wordt in kleine oplage uitgegeven bij Leuterboek, een imprint van RSP, het uitgeverijtje van de redactie Groningen; daar Leuterboek noch RSP is aangesloten bij het Centraal Boekhuis, en de verspreiding dus nihil zal zijn, zal tegelijkertijd met de papieren versie van De Hoofdpersoon het boek integraal worden gepubliceerd op internet. De schrijfster is met dit voorstel akkoord gegaan, zodat we hier kunnen aankondigen (primeur!) dat het boek komende zomer verschijnt in maar liefst twee vormen. En zo eindigen we vandaag toch nog met goed nieuws. Morgen meer blije berichten.

woensdag 17 juni 2009

De Hoofdpersoon naar de uitgever


Nu de Kortsluiting-redactie het unaniem erg druk heeft – deadline volgt op deadline – leek het ons een goed idee om hier maar weer een fragment te publiceren uit de ons ter beoordeling voorgelegde roman De Hoofdpersoon, geschreven door Laura Scheer-Oldeheuvel. De schrijfster, wier hoofd dit blogje fotogeniek siert en wier Hoofdpersoon een ik-figuur is van het mannelijk geslacht, heeft ons te kennen gegeven dat het typoscript van haar debuutroman binnen twee weken zal worden ingeleverd bij uitgever Anton Scheepstra – de auteur hoopt dat haar eersteling volgend voorjaar in de winkel zal liggen. De nu volgende alinea’s zijn afkomstig uit hoofdstuk vijf: “Geheime Diensten”.

Afgelopen weekend moest ik optreden in Amsterdam, tijdens een Erotic Poetry Night – jawel. Terwijl ik, pilsje in de knuist, zat na te genieten van mijn succesvolle voordracht werd ik opeens verjaagd van mijn plekje aan de bar. Ik moest plaats maken voor een female act. Het bleek te gaan om een juffrouw die zich, al kronkelend rond een paal, staande op de toog, langzaam van haar kleding ontdeed. Op zich kan dat best een aangenaam gezicht zijn natuurlijk, maar deze strippende paaldanseres kwam op in een roze jurkje dat mij onmiddellijk deed denken aan een meisje van nog geen tien jaar - een enorme lolly in haar mond had niet misstaan. En daar begrijp ik dus niets van: waarom is dat toch, die kinderachtige verkleedpartijen van sekswerksters – moet dat onschuld suggereren? Dat is dan prima gelukt bij mij: dankzij haar outfit had er ik subiet geen behoefte meer aan om haar naakt te zien; kinderen en lust zijn wat mij betreft twee volstrekt van elkaar losstaande grootheden (ze zijn volkomen incompatibel, zoals dat in modern Nederlands heet).
De begeleider van de paaldanseres, laat ik vriendelijk zijn en hem haar manager noemen, was een wandelende karikatuur van zijn beroepsgroep: middelbaar van leeftijd, witte schapenkrulletjes op het hoofd, T-shirt in de broek zodat zijn vette bierbuik goed uitkwam, slobberige spijkerbroek rond de oude hangkont en natuurlijk een bij zijn outfit (maar waarbij niet?) volkomen misstaande brede gouden schakelarmband. Op de borst van deze meneer prijkte het woord Chick. En toen viel alles opeens op zijn plaats: de oprichter van het betreffende pornotijdschrift heeft immers jaren in de bak gezeten wegens het verkrachten van zijn minderjarige dochter (of dochters, daar wil ik vanaf zijn). De bewijsvoering was rond in een vloek en een zucht: hij publiceerde foto’s van de gewelddaad in zijn ranzige blaadje. Tot mijn genoegen kan ik je melden dat de man, volkomen berooid en fascist geworden, uiteindelijk verzopen is in een Amsterdamse gracht. Een ander, wel bonafide (voorzover dat kan als zakenman), die rijk geworden is dankzij de “seksuele revolutie” in de jaren zestig van de vorige eeuw is de oprichter van Candy, Peter J. Muller. Misschien ken je hem: alvorens genoemd seksblad op te richten, zette hij enkele voorzichtige schreden op het pad van de literatuur. In zijn inmiddels onvindbare boekje De Verwekkers staan, naast verhalen, een paar niet onaardige gedichten – ik zal er één voor je overnemen:

Ik ken maar weinig provo’s
die ook lang haar van binnen hebben

maandag 4 mei 2009

De Hoofdpersoon


Enkele dagen geleden kreeg de redactie van Kortsluiting het typoscript toegezonden van de roman De Hoofdpersoon, met het verzoek dat van commentaar te voorzien. De schrijfster, Laura Scheer-Oldeheuvel (een pseudoniem), is in het dagelijks leven werkzaam als psychiater. Ze is gespecialiseerd in de behandeling van bipolaire stoornissen (manisch-depressiviteit), waarop zij ook promoveerde. In de roman, die haar (fictie)debuut moet worden – en als het aan de Kortsluiting-redactie ligt, dan zal het boek zeker verschijnen – kruipt ze in het hoofd van een man, de ikpersoon die langzaam maar zeker krankzinnig wordt; hij ontwikkelt zich van hypomaan, via manisch tot lijdend aan wanen. Zelf ziet hij zijn omgeving langzaam gek worden, terwijl hij als enige normaal blijft. Scheer-Oldeheuvel weet het gegeven geloofwaardig en daardoor beklemmend neer te zetten: de lezer wordt meegesleept in de op zichzelf logische gedachtegangen van de ik. Met toestemming van de schrijfster publiceren wij hier (vol trots: dit is het eerste literaire proza van haar dat in de openbaarheid komt) een fragment uit het (zevende) hoofdstuk Telepathicus erectus:

Na afloop van het verjaardagsfeestelijk samenzijn op het terras, waar Clara zich onledig hield met wijnslempen, onderwijl de ene sigaret met de andere aanstekend (ik blijf het stoer vinden), stond Rosa erop dat ik Clara naar huis zou begeleiden – het was al donker, ze was dronken en ze woont in een bosrijke buurt. Zo gezegd, zo gedaan. Ik leverde haar veilig af en keerde huiswaarts.
Thuisgekomen trok ik een pilsje open en wilde ik even gezellig nakaarten met Rosa. Maar gezellig werd het allerminst, daar de volgende dialoog zich ontspon.
Rosa: ‘Waar was je nou opeens?’
‘Clara naar huis brengen. Op jouw verzoek.’
‘Maar ik ken helemaal geen Clara. Je lijkt wel gek! Wat is er toch met je?’
Ze drong erop aan dat ik hulp ga zoeken, zei dat zij wel een afspraak zou maken. Ik op mijn beurt verklaarde haar voor gek. Ze keek bezorgd en ook verdrietig toen ze me welterusten kuste, waarna ze zich naar bed begaf.
Ik zette mij achter de computer, de kop vol vragen, en dronken typte ik:
“Dit gedoe met Clara, is dit nou mijn midlifecrisis? Mezelf nog één keer willen bewijzen dat ik lichamelijk aantrekkelijk ben? Nog één keer, al is het maar een weekend, willen vlammen, seksueel? Wel mooi dat in mijn geval het verlangen zich richt op een leeftijdgenote in plaats van op een jonge blom – zoveel realiteitszin heb ik dus blijkbaar nog wel. Maar dat is dan ook het enige, verder ben ik natuurlijk volstrekt waanzinnig bezig.
“Maar waarom ontkent Rosa het bestaan van mijn Droomvrouw? Is dat uit zelfbescherming (er is niets aan de hand, want Clara bestaat niet); is ze gek van jaloezie? Of is Clara inderdaad een hersenschim, een droomgestalte, een zinnelijke waan in mijn kop? Rosa’s negaties beginnen duidelijk vat te krijgen op mijn denken. Waardoor ik mij afvraag: ben ik gek van geilheid of verlangen? Dat klinkt heel romantisch, is hoe dan ook vreselijk: ik verlies de controle. Niet ik ben de baas over mijn leven, maar mijn leven wordt geregeerd door mijn verlangen naar het wellicht niet eens bestaande lijf van Clara. Niks romantisch aan. Niks aan – letterlijk gek van geilheid.”